De Senegaltortelduif heeft haar verspreidingsgebied niet alleen in Senegal maar in een groot deel in Afrika, India, Afghanistan en Libanon.
Het is een middelgrote soort en meet ongeveer 27 cm.
De doffer is overwegend rood waarbij opvalt dat de kop een beetje blauw/rood gekleurd is. De hals is bedekt met kleine zwarte spikkels. De pootkleur is rood. Er is weinig verschil te zien tussen doffer en duivin. De duivin heeft wat minder blauw op de kop en de spikkels in de hals zijn minder intensief dan bij de doffer.
Dez duiven zijn het begin wat schuw, maar worden later zeer tam. Ze kunnen zo tam worden dat ze zelfs bij het voeren op de voerbak gaan zitten en willen ook nog wel eens uit de hand eten.

De soort legt ook twee eieren. het zijn zeer goede broeders die ook prima voor hun jongen zorgen. 6 tot 8 jongen per jaar is geen uitzondering.

In de paringstijd zijn ze wat rumoerig en hebben een hele mooie roep, maar die is niet hinderlijk. Op het moment dat de eieren zijn gelegd wordt het geluid minder. De broedduur bij deze soort is 14 dagen.

Deze duiven kunnen in de winter buiten blijven, ze zijn volledig winterhard. Dit geldt niet voor jonge dieren. Bij deze dieren zijn de tenen nog niet uitgehard.

De Senegaltortelduif is een ideale duif voor de beginnende liefhebber en is één van de goedkoopste soorten wilde duiven. De soort is, gezien haar karakter, ook zeer geschikt voor de tentoonstellingen.
Deze duivensoort kan in kleinere kooien of volières worden gehouden. Bij de Senegaltortelduif kan men in dezelfde volière ook nog wel een koppeltje kleine duifjes plaatsen.

Er zijn in Nederland twee soorten Senegaltortelduiven aanwezig. In de volksmond worden ze de grote en de kleine Senegaltortelduif genoemd. Het verschil zit vooral in de lichaamslengte.